Fuck het loslaten. Kom we gaan!

“Je moet loslaten”. Ik krijg een spontane aanval van jeuk als ik mensen deze zin hoor zeggen. Een soort Jomanda tegeltjes wijsheid waarvan men ooit de bel heeft horen luiden, maar werkelijk geen idee heeft waar die klepel hangt. Loslaten? Doe niet zo maf. HOE DAN? DOE DAN!

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben wereldkampioen op dit onderdeel. Mijn leven is zo vaak ondersteboven gegaan, dat ik geen andere keuze had dan ‘loslaten’. Maar loslaten, dat is geen werkwoord, zoals Marike van IJssel zegt. Afgelopen week zat ik samen met mijn moeder op de bank. Knietjes opgetrokken en een kop koffie tussen onze handen ingeklemd. We kregen een gesprek over wat er allemaal was veranderd in ons leven en hoe trots we op onszelf zijn. Wat het ons heeft gebracht. En ja hoor… die tegeltjeswijsheid kwam ineens aanzetten van rechts.

Ik kijk mijn moeder aan, terwijl ik denk aan wat ik allemaal heb “moeten loslaten” in de laatste 12 jaar. “Loslaten? Het voelt als f***ing afbreken bij tijd en wijlen. Jezelf compleet verliezen. En geen flipping clue hebben wie JIJ nu eigenlijk bent. Met je kop over het asfalt. Bloedend als een gladiator in een arena. Het doet pijn en voelt KUT, doodeng en onzeker als je ‘moet loslaten’. En waarom mag dat niet gezegd worden. Waarom zitten we met z’n allen zen-taal de wereld in te slingeren over hoe loslaten ons meer geluk gaat brengen. Loslaten? Als ik zeg: ‘Doe dan’! Dan schiet het stress-niveau van mensen spontaan door het plafond. Want loslaten betekent dat je met lege handen staat. Dat je geen idee hebt wat er komen gaat. Een sprong in het grote onbekende en niet weten waar je gaat landen. Wat er voor in de plaats komt. En dat is doodeng! Nog wel meer eng, dan in een situatie blijven zitten, die wellicht niet leuk is. Ik verloor op een gegeven moment in zo’n korte tijd alles en iedereen. Aan dood en ziektes. Al mijn zekerheid en veiligheid en ik voelde me compleet verloren. Daarnaast zat ik in een vriendengroep waarbij ik me Calimero voelde. En had ik een relatie met een man die sneller van gedachte veranderde over ons dan een stroboscooplamp in een vage discotheek . I was hanging in for dear life aan deze mensen. Want ik voelde me alleen, verloren en gebroken en deze mensen had ik tenminste nog. Ook al voelde het rot, het was het enige wat ik nog had.

Totdat ik me realiseerde dat ik geen andere keuze had. Als je op een stormachtige januari dag in 2007 jezelf ergens terugvindt op een grond. En je de energie niet meer hebt om vast te houden. Aan wat of wie dan ook . Dat was het moment dat ik herinnerd werd aan een moment 1,5 jaar eerder toen ik besloot om heel oke te gaan worden met mezelf. En nu ineens lag ik hier, volledig afgebroken op de grond. Opgekruld. Veiligheid zoekend bij iets. Troost en warmte zoekend bij mezelf en mijn ineengedoken lichaam. Zo moe van alles wat gebeurd was, dat huilen bijna geen optie meer was. En ik niets anders kon doen dan me overgeven. En ineens ontwaakte daar ergens in mij een greintje ‘stoer’. Die zei: ‘kom wijffie, we gaan’. Ik besloot niet te gaat loslaten. Maar het werd hoog tijd dat ik ging TOELATEN.

Toelaten van het leven. Toelaten van het goede wat het leven voor mij in petto heeft. Toelaten van hulp en steun van mensen die weer lucht onder mijn vleugels wilden geven. Maar ook toelaten dat ik soms het gevoel had dat ik me schaamde, me Calimero voelde en me niet goed genoeg voelde. Toelaten dat ik bang was en soms dingen niet wist of iets niet begreep. Toelaten dat ik eerder aan het overleven was en geen fuck idee had hoe ik het leven moest pakken. Maar vooral ook toelaten van plezier, liefde, moed, hoop en geborgenheid. Toelaten van bekrachtigende gedachten, supercoole overtuigingen, nog leukere en mooiere mensen. Toelaten van nieuwe mogelijkheden, spannende ervaringen, het niet weten en toch doen. Focussen op loslaten geeft stress, angst en pijn. Focussen op toelaten geeft rust, hoop, plezier en beweging vooruit. Waardoor diezelfde gladiator met zijn laatste energie en onder het bloed, zweet en stof vol trots weer oprijst en triomfantelijk zijn armen de lucht insteekt.

En zittend op de bank, met het volgende kop koffie, kijk ik trots naar ons. Naar mijzelf en naar mijn moeder. De mooiste, liefste, meest dappere, stoere, grappige moeder en vrouw die ik ken. Met het grootste hart van de wereld. En ik ben echt heel trots op ons. Because we did it! Als twee echt gladiatoren. Iedere dag en iedere dag een beetje meer. Met kleine stapjes.  Onze schouders recht en onze blik vooruit. Trots op waar we vandaan zijn gekomen, oke zijn met het hier en nu en met een blik vol vertrouwen richting wat nog voor moois in petto is. En de geweldige mooie mensen die ons leven rijk is en die ons iedere dag weer uitnodigen om hoger en hoger te vliegen.